“Ik ben niet geboren vol kennis.
Ik ben toegewijd aan geschiedenis, en ben snel in het zoeken naar kennis".
Kong Qiu 孔丘 (Confucius). Lunyu, 7, 19.
BEGRIPPEN INTERCULTURELE COMMUNICATIE
De lijst hierna is richtinggevend. Contacteer ons voor meer informatie of check op Wikipedia. U kan hierbij ook Paul Catteeuw's overzicht van begrippen uit de interculturele communicatie downloaden.
ACTIEF LUISTEREN
Actief luisteren is een respectvolle manier van luisteren en reageren, en legt de aandacht bij de spreker. Actief luisteren is een belangrijke functionaliteit in interculturele communicatie. De luisteraar moet daarbij afstand nemen van zijn eigen wereldbeeld, en alle mentale activiteit vermijden (oordelen, conclusies trekken) om andere inzichten en nieuwe kennis toe te laten.
Algemeen onderscheidt men drie niveaus van sofisticatie in ‘actief luisteren’:
- HERHALEN: na het gezegde kan de luisteraar letterlijk hernemen wat gezegd is - op basis van zijn perceptie, aandacht en herinnering;
- PARAFRASEREN: de luisteraar kan het gezegde weergeven in gelijkaardige woorden en zinsconstructies - op basis van zijn perceptie, aandacht, herinnering èn redeneervermogen;
- REFLECTEREN: de luisteraar kan in eigen woorden uitdrukken wat gezegd is, hij is zich bewust van zijn ‘best guess’ onder meerdere mogelijke interpretaties - op basis van zijn perceptie, aandacht, herinnering, redeneervermogen èn diepere reflectie of internalisering.
Voordelen van actief luisteren zijn dat het de relatie versterkt; dat mensen meer voor andere meningen openstaan en vertrouwen opbouwen.
CONNECTING PEOPLE, BRIDGING CULTURES (Living Stone Centrum-baseline)
Connecteren of verbinden is relaties tot stand brengen van persoon-tot-persoon eerder dan van groep-tot-groep. Verbinden treedt op wanneer groepen buiten hun groepsidentiteit stappen, naar een neutrale zone. De groepsleden zetten hun groepsidentiteit on hold en beginnen te connecteren op basis van individuele gelijkenissen. Na verloop van tijd en bij volgehouden contact, worden de grenzen tussen groepen poreuzer. Met als resultaat dat wederzijds vertrouwen tussen groepen groeit en cultuurverschillen overbrugd worden.
(Boundary Spanning Leadership Toolkit, 2011, Center for Creative Leadership).
CONFUCIANISME
Het confucianisme is één van de oudste en meest invloedrijke filosofische stromingen, die de Chinese cultuurgeschiedenis kent. De stroming is genoemd naar een beroemde leermeester en politieke adviseur uit de staat Lu, Kongzi ("Meester Kong"" door Europeanen gelatiniseerd als "Confucius', 550 tot 479 v. Chr). Inhoudelijk streeft het confucianisme naar stabiele maatschappelijke verhoudingen en deugden, gebaseerd op een vast patroon van nauwkeurige omschreven onderlinge relaties van de leden van de gemeenschap, zowel binnen het gezin als binnen de structuur van de staat. De belangrijkste relaties bestaan volgens het confucianisme tussen vader en zoon, heerser en onderdaan, broers, echtgenoten en vrienden. Respect en trouw waren de belangrijkste deugden om deze relaties in stand te blijven houden. De populariteit van de voorouderverering is hiervan een blijvend uitvloeisel. Tenslotte hecht het confucianisme groot belang aan het in ere houden van traditionele omgangsvormen (li, 'de riten'). Zie ook hierna: 'Gentleman'
CULTUUR
Cultuur is een schepping van de mens die hij met anderen deelt of aan anderen oplegt, die haar beslag krijgt in conventies en aan een volgende generatie wordt doorgegeven. Cultuur verschaft mensen een kader waarin zij hun identiteit putten en van waaruit zij de buitenwereld tegemoet treden. Cultuur stuurt niet alleen onze gedragingen en denkpatronen aan, maar regelt ook de interactie, communicatie en sociale organisatie onder mensen. Er bestaan familiale, stam-, land- en wereldculturen met vele gradaties daar tussen in zoals bedrijfs-, organisatie-, verenigingsculturen... Culturen worden opgebouwd vanuit twee invloeden: vanuit het erfgoed en gebaseerd op waarden en normen van de voorouders, tradities, religie" en een tweede in ‘het nu‘ gegroeid door eigentijdse invloeden, wereldwijde wisselwerking en informatiedoorstroming. Het is deze tweede lijn die in belangrijke mate de evolutie van een cultuur determineert. In die zin handelen zonen ’meer als kind van hun tijd dan zoon van hun vader‘.
Het opnemen van elementen uit andere culturen is een logisch gevolg van de mondialisering. Dit is een positief proces zolang iedereen zijn waardigheid en waarde behoudt. Indien we vandaag meer aandacht geven aan onze eigenheid is het omdat we meer en meer gelijk geworden zijn. Mondialisering kan twee richtingen uitgaan: diversiteit waar iedereen het recht heeft om als individu gerespecteerd te worden, ofwel uniformiteit waar verschillen geminimaliseerd of uitgewist worden. Tot voor kort werd er minder aandacht besteed aan het verdwijnen van culturen dan aan het uitsterven van dier- en plantsoorten. Nochtans betekent diversiteit rijkdom: “Le plaisir de découvrir la différence de l‘autre”. (Bob Elsen)
CULTUURFILOSOFIE
De cultuurfilosofie bestudeert de mens in een door mensen veranderende maatschappij. Hierbij kan een cultuurfilosoof zich richten op verschillende vlakken:
- Nieuwe uitvindingen die het leven van mensen totaal veranderen (bijvoorbeeld Internet)
- Veranderingen binnen het arbeidsethos (bijvoorbeeld de opkomst van de lopende band)
- Veranderende normen en waarden (bijvoorbeeld vergelijkingen tussen waarden en normen van de Middeleeuwen en nu).
Westerse cultuurfilosofen (Wikipedia, 18 maart 2012):
KANT - Het idee dat de maatschappij door mensen veranderd kan worden ontstond tijdens de Verlichting in de 18e eeuw. De eerste cultuurfilosofische analyse werd gedaan door Immanuel Kant in zijn tekst Was ist Aufklärung? uit 1783. Kant wilde dat de mensen gestimuleerd moesten worden om de samenleving te moderniseren. Volgens Kant heeft de mens een innerlijke goedheid, die ervoor zorgt dat mensen de samenleving moreel goed zullen maken in de toekomst.
HEGEL - gelooft niet in het goede van de mens. Hij probeert de systematiek van een veranderende samenleving te doorgronden. Moderniteit wordt volgens hem veroorzaakt door het kapitalisme. In Das System der Bedürfnisse uit 1819 waarschuwt hij de mensen voor een toename van vrijheid die tot een totale vervreemding kan leiden, omdat mensen niet meer weten wat ze moeten doen met hun tijd. De modernisering van de economie zorgt ervoor dat mensen steeds minder hoeven te ploeteren om te overleven.
MARX - denkt dat de modernisering van de economie ervoor zorgt dat mensen steeds meer gedwongen worden om de slaaf van de kapitalistische productiewijze te worden. Dat is zijn idee van vervreemding: de arbeider werkt, maar het eindproduct van zijn arbeid is hem vreemd en wordt hem uit handen genomen, waardoor een gevoel van sleur en zinloosheid ontstaat. Marx vermoedt dat de mensen onvermijdelijk in opstand zullen komen tegen het kapitalisme en er een socialistische samenleving tot stand zal komen, waarin mensen gestimuleerd worden door hun werk in plaats van uitgebuit. Dit wordt onder andere beschreven in Die entfremdete Arbeit uit 1844.
NIETZSCHE - had ook kritiek op het vooruitgangsdenken van Kant. Nietzsche dacht dat de mensheid ooit zal verdwijnen. Hij gelooft niet dat de mens een vrij handelend individu is. De mens wordt gedreven door onbewuste processen in het lichaam. Het bewustzijn is niet meer dan een verbindingsnet binnen een collectief van mensen, waarvan de taal de kern is.
CULTURELE DIMENSIES
Culturele dimensies zijn culturele veralgemeningen op basis van gelijkenissen en verschillen tussen sociale groepen, nationaliteiten en organisaties. Bijvoorbeeld sociologen en psychologen noemen een collectivistische orientatie 'het geloof dat het het welzijn van de groep voorgaat op dit van het individu'. Een illustratie is de sterke familiale verbondenheid die in veel culturen de basis legt voor welvaart en welzijn. Culturele dimensies worden veel gebruikt door onderzoekers. De best gekende zijn Hofstede, Trompenaars, de Globestudie (elders).
Vandaag liggen zij onder vuur. Behalve de definitie van 'cultuur', hebben Europese bussiness antropologen kritiek op de methodologie van deze mainstream studies en hun instrumenten: vooraf opgestelde vragenlijsten zijn te algemeen om de culturele dynamiek recht te doen. De focus hoort te liggen op "het begrijpen van organisationele mechanismen zoals zij zich elke dag voordoen op de werkvloer en in de bestuurskamer", inbegrepen de situationele context, de interne machtsverhoudingen (Koot, 1994).
DIASPORA
Oorspronkelijk de verspreiding van de Joden buiten Palestina na de Babylonische gevangenschap; vandaag de Joden die leven in landen buiten Israel. Elke groep die omwille van politieke, economische of religieuze omstandigheden verjaagd, verplaatst, gevlucht of geëmigreerd is, vrijwillig of niet - in het bijzonder Afrikaanse volkeren tijdens de trans-Atlantische slavenhandel.
DMIS Milton Bennett‘s ’Developmental Model of Intercultural Sensitivity‘
The DMIS posits a continuum of increasing sophistication in our experience and navigation of differences. This model begins wit 3 ethnocentric stages in which our own culture is experienced as central to reality in some particular way. The latter 3 stages of the model are termed ethnorelative, in which our own culture is viewed in the context of other cultures. The organising concept of the model is differentiation. The 6 stages of increasing sophistication in our experience and navigation of difference are: denial, defence, minimization, acceptance, adaptation, integration. BENNETT, Milton. 1993. Towards Ethnorelativism: A Developmental model of intercultural sensitivity. In R.M. Paige (ed.)Education for Intercultural Experience. Yarmouth, ME: Intercultural Press
EDUTAINMENT
Edutainment is de samentrekking van 'educational entertainment' of onderhoudend leren. Het is een vorm van entertainment die bedoeld is als opvoeding èn ontspanning. Meestal zet men edutainment in voor voorlichting - denk aan HIV/AIDS, inentingscampagnes .. Of om een gedragsverandering in het socio-culturele veld te bekomen. Dan creëert men bepaalde karakters met wie de kijkers zich kunnen identificeren. Denk aan de 'telenovelas' of soaps waarbij de held of heldin het wint van huishoudelijk geweld, lage scholingsgraad, racisme ...
ETNOCENTRISME
Etnocentrisme betekent dat wij gezichtpunten en mentale instellingen hanteren die groepseigen zijn - onze cultuur is het centrum van de wereld -, en oordelen over andere groepen op basis van de normen en waarden eigen aan onze groep.
EXPLICIETE vs. IMPLICIETE COMMUNICATIE
Expliciete communicatie betreft specifieke informatie die wordt overgebracht in het geschreven of gesproken woord. Impliciete communicatie betreft de boodschappen die we overbrengen door onze daden en houding. Expliciete communicatie is intentioneel en bewust, terwijl impliciete communicatie bedoeld of onbedoeld kan zijn.
• “Ja” zeggen op een verzoek kan verschillende betekenissen hebben afhankelijk van de culturele context. Een lid van een lage context, expliciete communicatiecultuur verwacht dat het verzoek wordt ingewilligd wat er ook gebeurt. Een lid van een hoge context, informele communicatiecultuur neemt aan dat alle partijen begrijpen dat "Ja" wordt bepaald door de context waarbinnen deze persoon zich situeert.
FACE NEGOTIATION Theory (Stella Ting-Toomey)
“Face” of gezicht (ons gezicht in het openbaar, het gevoelen van erkenning en waardigheid) is een belangrijke functionaliteit in interculturele communicatie. Zowel iemand een 'gezicht willen geven' als 'gezichtsverlies lijden' liggen aan de basis van vele culturele misverstanden en gekwetste gevoelens omtrent respect, eer, status, reputatie en competentie.
GENTLEMAN
De Chinese wijsgeer Confucius (551-479 vc) ontwikkelde het concept van de gentleman, van de ‘zachte’ man. ‘Een zachte man doet evenveel moeite om uit te zoeken wat goed en rechtvaardig is als een minderwaardige man doet om te ontdekken hoeveel iets zal opleveren,’ zei Confucius. Confucius stelde met andere woorden dat je als leider beter een moreel voorbeeld kan stellen dan fysieke kracht te gebruiken.
Een verwant begrip uit de Grieks-Romeinse cultuur is het Stoicisme (3de eeuw vc). Stoicijnen streefden intellectuele en emotionele perfectie na. De deugdzaamheid vloeit voort uit de vrije wil van de mens in relatie tot het kosmisch determinisme: men respecteert de natuur als gegeven maar kan zich boven rampen en materiële verlangens stellen. Stocisme werd gepropageerd als levenshouding: niet wat men zegt is belangrijk maar hoe men zich gedraagt.
GLOBAL LEADERSHIP
"...the ability of an individual to influence, motivate, and enable others to contribute toward the effectiveness and success of the organizations of which they are members". The GLOBE researchers studied leadership worldwide. GLOBE is the acronym of 'Global Leadership and Organizational Behavior Effectiveness' (Robert J. House, The Wharton School, University of Pennsylvania, 2004). Scope: 17,000 middle managers in 951 organizations by researchers in 62 societal cultures. Specific findings: "Culturally Endorsed Leadership Theory Dimensions" (CLTs).
1. CHARISMATIC / VALUE-BASED: a leader‘s ability to inspire, to motivate, and to expect high performance outcomes on the basis of his/her firmly held core values. All cultures saw this dimension as very substantially contributing to outstanding leadership.
2. TEAM ORIENTED: emerged in second place in capturing what many business people worldwide commonly associate with outstanding leadership. It is described as emphasizing effective team-building and implementation of a common purpose or goal among team members.
3. PARTICIPATIVE: the degree to which managers involve others in making and implementing decisions.
4. HUMANE ORIENTED: reflects supportive and considerate leadership, but also includes compassion and generosity. Worldwide viewed as only moderately contributing to outstanding leadership.
5. SELF-PROTECTIVE: From a Western perspective, this dimension focuses on ensuring the safety and security of the individual or group.It also can reflect being status- and class-conscious, evasive, ritualistic, procedural, normative, secretive, indirect, self-centered, and asocial. Worldwide viewed as not contributing to outstanding leadership.
6. AUTONOMOUS: refers to independent and individualistic leadership. Worldwide viewed as not contributing to outstanding leadership.
HOUSE, R.J., e.a. CULTURE, LEADERSHIP AND ORGANISATIONS, SAGE - isbn 0761924019
GLOBE (cont.), NINE CULTURAL DIMENSIONS
Survey of fundamental attributes or cultural dimensions, of both societal and organizational cultures, and how these impact leadership. Scope:17,300 middle managers in 951 organizations by researchers based in 62 of the world cultures. The 62 “societal cultures” assessed by GLOBE range from Albania to Zimbabwe. Also included Canada (English-speaking), Germany (Former East), Germany (Former West), South Africa (Black sample), South Africa (White sample).
1. Performance Orientation reflects the extent to which a community encourages and rewards innovation, high standards, excellence, and performance improvement.
2. Uncertainty Avoidance: the extent to which a society, organization, or group relies on social norms, rules, and procedures to alleviate the unpredictability of future events.
3. In-group Collectivism emerges as a strong predictor of the two most widely admired characteristics of successful leaders. In-group collectivism is “the degree to which individuals express pride, loyalty, and cohesiveness in their organizations or families".
4. Power Distance is the extent to which a community accepts and endorses authority, power differences, and status privileges.
5. Gender Egalitarianism is one of the predictors of the most widely admired characteristic of successful leaders. Gender egalitarianism is “the degree to which a collective minimizes gender inequality”.
6. Humane orientation is defined as “the degree to which an organization or society encourages and rewards individuals for being fair, altruistic, friendly, generous, caring, and kind to others".
7. Institutional Collectivism is defined as “the degree to which organizational and societal institutional practices encourage and reward collective distribution of resources and collective action.
8. Future orientation is the degree to which a collectivity encourages and rewards future-oriented behaviors such as planning and delaying gratification.
9.Assertiveness is the degree to which individuals are assertive, confrontational, and aggressive in their relationships with others.
HOUSE, R.J., e.a. CULTURE, LEADERSHIP AND ORGANISATIONS, SAGE - isbn 0761924019
GLOKAAL
Het globale en het lokale worden beschouwd als de twee zijden van dezelfde munt. Bijv. ontwikkelingslanden integreren zich in de wereldeconomie en terzelfdertijd krijgen de lokale overheden en gemeenschappen meer greep op de socio-economische ontwikkeling van hun regio. 'Glocalisation' als begrip werd eerst gehanteerd in jaren '80 in de Japanse zakenpraktijk. Hij werd geïntroduceerd in de Engels sprekende wereld door de sociale wetenschapper Roland Robertson omstreeks 1990.
GUANXI
Het Chinese woord “Guanxi” betekent letterlijk relaties en connecties. In de praktijk gaat het veel dieper en betekent ’een netwerk van interpersoonlijke relaties en uitwisseling van gunsten met als doel zaken doen‘. Guanxi is een term die een sociale praktijk beschrijft waarbij men wederzijdse gunsten zoekt. Hoewel men Guanxi sterk vereenzelvigt met de Chinese zakencultuur, is het begrip evenzeer aanwezig in andere sociale contexten. Guanxi heeft in alle omstandigheden een grote impact op de wijze van handelen met China.
HOFSTEDE, FOUR NATIONAL CULTURAL DIMENSIONS
G.J. Hofstede built his theories after extensive surveys of IBM managers in 64 countries resulting in four independent dimensions of national cultural orientations.
1. Power Distance (Machtsafstand) – the extent to which the less powerful members of organizations and institutions accept and expect that power is distributed unequally.
2. Individualism and Collectivism – In individualist societies the ties between individuals are loose: everyone is expected to look after theirselves and their immediate families. People from more collectivist societies tend to be integrated into strong and cohesive groups, often extended families and good friends that continue protecting them in exchange for unquestioning loyalty.
3. Masculinity and Femininity – This dimension classifies countries according to the distribution of roles between the genders. In the more masculine countries the degree of gender differentiation is high. The ideals are economic growth, progress, material success and performance. In the more feminine societies, the level of discrimination and the differentiation between genders tends to be low. Individuals are likely to treat men and women equally, and value the quality of life, human contact and caring for others.
4. Uncertainty Avoidance (Onzekerheidsvermijding) – This dimension reflects the resistance to change and the attitude to taking risks of individuals from different countries. Uncertainty avoiding cultures try to minimize the possibility of novel and unstructured situations by strict policies and rules, tending to be more emotional. Uncertainty accepting cultures are more tolerant of opinions different from what they are used to––– they try to have as few rules as possible.
Hofstede, G. (2001) ’Culture‘s consequences: Comparing values, behaviors, institutions, and organizations across nations' – 2d edition‘ (Sage Publications, UK)
- A SEQUEL: THE CHINESE VALUE SURVEY
Because Hofstede‘s study presents a Western view of values some researchers thought that his European values influenced his findings and theory. To prevent Western values from influencing another study, Chinese social scientists developed the Chinese Value Survey (CVS) in Chinese (Chinese Culture Connection 1987), then translated it into other languages and administered it to students in 23 different countries on five continents. Twenty of the countries were also in Hofstede‘s study.
Four dimensions of culture emerged from the study, three similar to Hofstede‘s dimensions of power distance, individualism/collectivism, and masculinity/femininity. The fourth dimension, however, represents Chinese values related to Confucianism. Originally called 'Confucian work dynamism', it was eventually labeled Longterm/ Short-term orientation by Hofstede.
HOGE/LAGE CONTEXT CULTUREN
Antropoloog Edward T. Hall‘s theorie van hoge- en lage-context culturen helpt ons begrijpen hoe zwaar cultuur doorweegt in communicatie. Een sleutelfactor is de 'context'. De context is het kader, de achtergrond, de omstandigheden waarbinnen zich de interactie situeert. Hoge-context culturen zijn relationeel, collectivistisch, intuïtief en beschouwend. Leden van deze culturen nemen vooral de interpersoonlijke relaties in overweging. Elkaar beter leren kennen en een vertrouwensband scheppen is de eerste stap in een zakelijke transactie. Lage-context culturen zijn logisch, lineair, individualistisch en taakgericht. Leden van deze culturen waarderen logica, feiten en directheid.
IEP - Intercultural Effective Person
An IEP is someone who can “live contentedly and work successfully in another culture.” (Vulpe, T., Kealey, D., e.a.). Profile and indicators developed by the Center for Intercultural Learning at the Canadian Foreign Service Institute to measure cultural competency. Designed for the international sojourner. Some criteria: has knowledge of host country and self-knowledge (“understand their own culture and how it has shaped how they think, feel, and react to people and events”)” accepts criticism” asks for local help.... http://www.international.gc.ca/cfsi-icse/cil-cai/library-bibliotheque-eng.asp#a1
IN-GROUP vs. OUT-GROUP
Wij behoren allen tot op een zeker niveau tot tenminste één 'insider-group'. Het zijn mensen waarmee men zich verwant voelt, met wie men zich kan identificeren. In-groepen vormen zich evenwel niet omwille van de onderlinge relatie tussen de leden, maar ontstaan omdat men het verschil maakt met andere groepen, met buitenstaanders.
Een 'outsider-group' is een groep zoals gezien door de ogen van een ingroep, soms in negatieve termen ("zij' de anderen, "wij" de beteren). Leden van een in-groep voelen het verschil of het onderscheid met de uit-groep. Het onderscheid ingroep / uitgroep gaat vaak gepaard met gevoelens van uitsluiting. Soms is er weerstand vanwege de in-groep of draait het uit op een conflict met de uit-groep - of zelfs haat.
In-groepen en uit-groepen beleven elkaar op vrij afgescheiden wijze, meestal is er weinig of geen contact tussen de groepen. Doet men weinig moeite om elkaar beter te leren kennen of zich te informeren, dan vervalt men al vlug in stereotypering en het verspreiden en aannemen van misinformatie. Dit leidt op zijn beurt tot een groter wantrouwen.
INTERCULTURALITEIT
Interculturaliteit verwijst naar het erkennen, overstijgen en herordenen van culturele verschillen. De term verwijst naar een proces van 'verbeelding' en 'openheid', naar vermenging en kruisbestuiving - een proces dat niet vanzelf optreedt wanneer mensen van verschillende culturen zich samen in dezelfde boot bevinden. Het multiculturele en het interculturele worden dikwijls door elkaar gebruikt, maar in feite gaat het om twee verschillende invullingen van het omgaan met culturele diversiteit. Het multiculturele model beoogt het harmonisch samenleven van gevestigde en nieuwe culturen. Maar tegelijk houdt ze de verschillen in stand. Het ’Gelijke Kansen‘-beleid is daar een gekende uiting van. Een ’Gelijke Kansen‘-beleid kan regels instellen voor positieve discriminatie ten aanzien van maatschappelijk achtergestelde of minderheidsgroepen. Interculturaliteit gaat een stap verder en streeft een pluralistische transformatie van de maatschappij na waarbij de grenzen tussen culturen voortdurend in beweging zijn of vervagen. Deze wisselwerking, de 'contaminatie' of vermenging van culturen kan leiden tot iets nieuws en beter.
INTERCULTUREEL ONDERNEMEN
Intercultureel ondernemen is een transformatie- of veranderingsmodel bij uitstek. 'Inter-cultureel' staat voor wisselwerking en kruisbestuiving tussen culturen, een proces dat de weg vrijmaakt voor vernieuwing en integratie. Intercultureel competente ondernemers bouwen aan een 'inter-cultuur' door dialoog en wederzijds begrip tussen leden van verschillende culturen in een globaliserende wereld. Living Stone promoot dit gedachtegoed door onderzoek, vorming en internationale samenwerking.
INTERCULTURELE COMPETENTIE
Interculturele competentie behelst het vermogen om om te gaan met het ongekende, het onzekere. Men doet inspanningen om andere culturen te begrijpen aan de hand van hun eigen normen en waarden, en daarop zijn gedrag af te stemmen. Interculturele competentie is een levenslang leerproces in het verbinden van kennis, attitude en vaardigheden voor een positieve en effectieve interactie met leden van andere culturen (Bennett, 1993 ‘ Dignes & Baldwin, 1996). Er zijn meerdere definities maar zij houden allen het situationele en relationele aspect in: “geëigend en effectief gedrag in een gegeven context” (Hajek & Giles, 2003).
MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORD ONDERNEMEN (MVO)
- Een proces met aandacht voor overleg en een goede verstandhouding met stakeholders of belanghebbenden. (Belgisch MVO Referentiekader, 2006)
- De vrijwillige integratie van sociale overwegingen in bedrijfsactiviteiten, bovenop wettelijke en contractuele verplichtingen. (EC 2001)
'MINDFUL' OBSERVEREN is bewustworden en loslaten van automatismen en oordelen.
‘Mindful Observation’ is a powerful skill for those who hold a deep respect for cultural differences, and are eager to learn, and willing to accept, that there are many ways of viewing the world (Zie ook 'Actief luisteren').
MONOCHRONISCH / POLYCHRONISCH TIJDSGEBRUIK
Edward T. Hall gebruikte de termen "polychroon" en "monochroon" tijdsgebruik om culturen te beschrijven in zijn boek The Silent Language, 1959. In monochrone culturen denkt men over tijd als een lineair concept dat kan georganiseerd worden in kwantificeerbare tijdsblokken. De leden worden verwacht taak na taak af te werken, onderbrekingen of te laat komen worden niet getolereerd. In polychrone culturen is tijd cyclisch. In deze culturen is het toegelaten dat men iemand onderbreekt terwijl hij/zij bezig is. Deze twee gedragspatronen blijken in vele organisaties naast elkaar te bestaan. Zij zijn vaak een bron van conflict omwille van een contrasterende kijk op tijdsmanagement. Een polychroon vindt schakelen van de ene taak naar de andere stimulerend en productief""" een monochroon voelt zich daarbij ongemakkelijk. Monochrone personen verkiezen een strikte planning en organisatie om hun verplichtingen na te komen. De verborgen dimensie is dat er meer dan één interpretatie is van het begrip ’tijd‘ , dat geen enkele goed of slecht is‘ ze zijn alleen verschillend.
NORMEN EN WAARDEN
Normen zijn gedragsregels; opvattingen over hoe mensen zich in bepaalde situaties wel en niet dienen te gedragen. De belangrijkste Joodse en christelijke normen zijn onder meer weergegeven in de tien geboden, islamitische normen zijn beschreven in de sharia.
Waarden zijn opvattingen over wat wenselijk is.
Christelijke waarden komen uit de Bijbel, de liefde is de belangrijkste waarde.
Joodse waarden komen uit de Thora, rechtvaardigheid is de belangrijkste waarde.
Islamitische waarden komen uit de Koran, overgave aan de wil van God/Allah is de belangrijkste waarde.
Liberale waarden zijn ontleend aan de Verlichting, vrijheid een belangrijke waarde.
Socialistische waarden privilegieren sociale rechtvaardigheid, gelijkheid en respect.
Humanistische waarden gaan om gelijkwaardigheid tussen mensen, verantwoordelijkheid voor je eigen leven en dat van anderen in de samenleving en om het recht om vorm te geven aan je eigen leven (de regie hebben over je leven).
In januari 2005 werd door Marino Keulen, Vlaams Minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering, een "commissie ter invulling van de cursus maatschappelijke oriëntatie" opgericht met als doel te bepalen wat de gemeenschappelijke normen en waarden van de Vlaamse maatschappij zijn. Deze commissie werd voorgezeten door Marc Bossuyt, leden waren Ludo Abicht, Abied Alsulaiman, Naima Charkaoui, Marie-Claire Foblets, Rik Torfs, Etienne Vermeersch. De commissie beëindigde haar opdracht in mei 2006. Zij legde de klemtoon op vijf zogenaamde "hoofdwaarden": vrijheid, gelijkheid, solidariteit, respect en burgerschap (Wikipedia, 18 maart 2012).
OBIS voor Actief Luisteren
Een acronym voor ‘Observeren – Beschrijven – Interpreteren – Opschorten van oordeel’. Het is communicatietechniek die van de luisteraar vereist dat hij beschrijft wat hij waarneemt, naar meerdere interpretaties zoekt en pas evalueert na het checken of bijstellen van zijn hypotheses.
OBIS is een vuistregel die afkomstig is uit de antropologie om kwaliteitsvolle informatie te vergaren bij het verkennen van ongekende culturen. Stella Ting Toomey beschrijft OBIS als een instrument om niet zichtbare communicatiecodes te kraken, een belangrijke vaardigheid in onzekere en ongekende omgevingen.
Een cultureel competente communicator:
o Observeert: luistert en kijkt aandachtig. Zie je iets wat je intrigeert, verwondert?
o Beschrijft: hij/zij stelt vragen bij wat je niet kan thuisbrengen, waarover men meer wil weten. Doet geen uitspraken.
o Interpreteert: formuleert enkele hypotheses bij wat is of zou kunnen, wat zijn/haar veronderstellingen zijn en mogelijke alternatieve uitleg van anderen
o Schort zijn oordeel op: communiceert wat hij/zij denkt, vergelijkt en checkt met anderen, vraagt uitleg; overweegt of hij/zij zijn hypothese moet bijstellen vooraleer een oordeel of evaluatie te geven.
PEO (Person, Environment, Occupation)
Interculturele competentie wordt beschouwd als een persoonlijke bekwaamheid. Maar het ontplooien van die bekwaamheid kan aangemoedigd of ontmoedigd worden door omgevingsfactoren of de aard van de job. De beste jobperformantie wordt behaald als persoon, taak en omgeving in evenwicht of synchroon zijn.
'Person': betreft alle factoren die een persoon maken tot wat hij/zij is, zoals voorgeschiedenis, aanleg, persoonlijkheid....
'Environment': betreft het organisatorische, sociale, economische, fysische, culturele of institutionele kader waarbinnen een persoon handelt.
'Occupation': betreft de eisen en opportuniteiten die verbonden zijn aan een taak of functie.
PROXEMICS (Nonverbale communicatie)
Proxemics (E.T.Hall, 1963) betreft de studie van gemeten afstanden – veraf of nabij – tussen mensen wanneer zij elkaar ontmoeten: ’persoonlijke afstand‘ onder familieleden en vrienden, ’sociale afstand‘ op het werk, ’publieke afstand‘ tussen spreker en toehoorders bijv. Verschillende culturen hanteren verschillende normen in sociale afstand. In Arabië neuze-neuzen business partners en neemt men elkaar bij de arm. In Noorse landen houdt men de partners liever op afstand. Dit weten kan gevoelens van ongemak bij te grote of te kleine afstand verhelpen. Comfortabele persoonlijke afstanden hebben ook te maken met cultuur, sociale omgeving, gender, individuele eigenschappen.
SILICON VALLEY
Silicon Valley is een hightech-industriegebied in Santa Clara Valley, en vormt de zuidkant van de Baai van San Francisco in Californië. De naam komt van het element silicium, omdat dit element in de chips voor allerlei technische toepassingen voorkomt. Het gebied wordt namelijk gekenmerkt door een hoge concentratie van computergerelateerde bedrijven. 'Silicon Valley' is een gevleugelde uitdrukking geworden voor andere plaatsen ter wereld die bekend staan om hun concentratie van hoogtechnologische industrie, zoals Bangalore (het 'Indiase Silicon Valley').
STEREOTYPEN
Sinds de vorming van natiestaten werden 'nationale karakteristieken' door en over Westerse landen gerepresenteerd als discrete, 'vastliggende beelden' ofwel stereotypen (‘clichés’). Beelden van 'de typische Nederlander, Italiaan, Duitser of Fransman' werden toen gecreëerd. In de loop van de twintigste eeuw werden culturele verschillen niet meer bestudeerd als 'essenties' of 'waarheden' maar als reële percepties en houdingen van groepen tot elkaar. Nationaliteit en 'nationale culturen' worden nu geobserveerd als noties van identificatie en minder als identiteiten.
TOLERANTIE
Tolerantie heeft vele connotaties zoals respect voor mensenrechten, politieke of culturele gelijkheid. Amy Chua zaait controverse in haar bestseller 'Wereldrijk voor een dag' (ISBN 978 90 468 0588 6). Zij zegt op eloquente wijze dat opportunistische, relatieve tolerantie een noodzakelijke voorwaarde voor wereldoverheersing is: het laten leven, werken en succes hebben van heel verschillende mensen in je maatschappij - al was het maar om praktische of strategische redenen. En omgekeerd dat intolerantie en etnocentrisme nauw verbonden zijn met de neergang van hypermachten.
"The more people have to do with each other in everyday life, the more likely they will be to identify with each other as fellow individuals rather than primarily by reference to their collective identifications" (Jenkins, quoted in Pollmann, 2009, p. 537).
TROMPENAARS & HAMDEN-TURNER (1997): SEVEN VALUE ORIENTATIONS
F. Trompenaars and Hamden-Turner's research focuses on the cultural dimensions of business executives. They classified cultures along a mix of behavioral and value patterns.
1. Universalism versus Particularism – defines how people judge the behaviors of their colleagues. People from universalistic cultures focus more on rules, are more precise when defining contracts and tend to define global standards for company policies and human resources practices. Within more particularistic national cultures, the focus is more on the relationships– contracts can be adapted to satisfy new requirements in specific situations and local variations of company and human resources policies are created to adapt to different requirements.
2. Individualism and Communitarianism - classifies countries according to the balance between the individual and group interests. Generally, team members with individualist mindsets see the improvements to their groups as the means to achieve their own objectives. By contrast, the team members from communitarian cultures see the improvements to individual capacities as a step towards the group prosperity.
3. Achievement versus Ascription - very similar to Hofstede‘s power distance concept. People from achievement-oriented countries respect their colleagues based on previous achievements and the demonstration of knowledge, and show their job titles only when relevant. On the other hand, people from ascription-oriented cultures use their titles extensively and usually respect their superiors in hierarchy.
4. Neutral versus Affective - According to Trompenaars, people from neutral cultures admire cool and self-possessed conducts and control their feelings, which can suddenly explode during stressful periods. People from cultures high on affectivity use all forms of gesturing, smiling and body language to openly voice their feelings, and admire heated, vital and animated expressions.
5. Specific versus Diffuse - people from more specific-oriented cultures tend to keep private and business agendas separate, having a completely different relation of authority in each social group. In diffuse-oriented countries, the authority level at work can reflect into social areas, and employees can adopt a subordinated attitude when meeting their managers outside office hours.
6. Human-nature relationship (internal vs external control) - Global project stakeholders from internal-oriented cultures may show a more dominant attitude, focus on their own functions and groups and be uncomfortable in change situations. Stakeholders from external-oriented cultures are generally more flexible and willing to compromise, valuing harmony and focusing on their colleagues, being more comfortable with change.
7. Human-time relationship - People in past-oriented cultures tend to show respect for ancestors and older people and frequently put things in a traditional or historic context. People in present-oriented cultures enjoy the activities of the moment and present relationships. People from future-oriented cultures enjoy discussing prospects, potentials and future achievement.
A second division of country cultures is based on the time orientation, in which sequential cultures drive people to do one activity at a time and to follow plans and schedules strictly. People from synchronic cultures can do work in parallel, and follow schedules and agendas loosely, taking the priorities of the individual tasks being performed as a major rule.
Trompenaars, F. and Hampden-Turner, C. (2005) ’Riding the waves of culture: Understanding cultural diversity in business‘ (Nicholas Brealey, UK).
UBUNTU
'Ubuntu' (Zuidelijk Afrika) betekent zoveel als: 'ik ben omdat wij zijn'. De kernwaarden van Ubuntu zijn respect, groepssolidariteit, dienstbaarheid. Verbondenheid en onderlinge afhankelijkheid karakteriseren de traditionele Afrikaanse cultuur. Het Ubuntu-paradigma kan als model kan dienen voor leiderschap wereldwijd. Dit paradigma stelt dat de mens een spiritueel wezen is en deel wil zijn van de missie van een collectieve gemeenschap.
VEERKRACHT
De bekwaamheid van een systeem om verstoringen te absorberen en zich te herorganiseren al veranderend - met behoud van functie, structuur, identiteit en feedback (resilience).
WAARDEREND ONDERZOEK (APPRECIATIVE INQUIRY)
Een constructive methode waarbij de verbeelde toekomst het heden gaat sturen, meer dan het verleden. Als een afdeling of organisatie zich concentreert op wat wèl werkt, groeit daaruit een positieve toekomstvisie, die door iedereen wordt gedragen. Appreciative Inquiry: 'Wij leren van onze fouten, maar ontwikkelen van onze successen'(P. Drucker).
Een interest historisch overzicht van strategische planning als militair instrument tot AI 'SOAR' (Strengts, Opportunities, Aspirations and Results) te dwonloaden:
(full article)
VERWONDERING
Living Stone pleit voor een holistische benadering van cultuur in organisaties, gemeenschappen en voor een oprechte belangstelling in de andere als anders: "Soms lijkt het alsof nieuwsgierigheid naar de kern van de organisatie, naar de wijzen waarop mensen omgaan met elkaar, naar de formele en informele aspecten naar de achtergrond verwezen worden. Te weinig zien we het element 'verwondering' of verrassing in een ongekende situatie. (Koot, 1989). De bekwaamheid om te reflecteren over het 'wonder' van het ongekende is een typisch leerpunt tijdens Living Stone Gateway-reizen.
YIN YANG
Een ca. 4000 jaar oude Chinese filosofie die er vanuit gaat dat alle verschijnselen die zich in het heelal manifesteren van eenzelfde fundamentele eenheid zijn. Yin en Yang is een niet te onderscheiden eenheid, die in een voortdurend dynamisch proces met elkaar verbonden zijn. Het zijn de twee tegengestelde en complementaire (elkaar aanvullende) waarden waarmee het universum zich toont.
ZIJDEROUTES
De zijderoute was een netwerk van karavaanroutes door Centraal-Azië, waarlangs gedurende vele eeuwen handel werd gedreven tussen China en het oosten van Azië, en het Midden-Oosten en het Middellandse Zeegebied. Van de klassieke oudheid tot de late middeleeuwen, was de zijderoute de belangrijkste verbinding tussen oost en west. De eerste persoon die de naam zijderoute (Seidenstraße) gebruikte was de Duitse geograaf en ontdekkingsreiziger Ferdinand von Richthofen in 1877. Het Centraal Aziatische deel van de route was al in gebruik rond 115 v.Chr. ten tijde van de Han-dynastie. De handel over land nam af in de middeleeuwen, toen deze zich verplaatste naar het transport via de zee.