In onze relaties met anderen handelen we veelal vanuit de eigen denkbeelden en regels. Als we ons niet bewust zijn van de verschillen met andere groepen, of als we deze bewust negeren, zullen we onze werkelijkheid opdringen – en weerstand of mislukking oogsten. We staan evenwel sterker als we de uitgangspunten van de anderen leren kennen, of tenminste proberen een idee te hebben van wat de mensen beweegt om dingen te doen of niet te doen, te zeggen of niet te zeggen.
Living Stone (letterlijk ‘levende steen’) vertaalde deze uitgangspunten in een cultuurmodel, om te leren observeren en om de observaties te plaatsen. Als metafoor namen we de Kokosvrucht, geleend van moeder natuur: ‘Als je aankomt in terra incognita’ heet het, ‘plant een kokospalm en je zal overleven’. De kokospalm levert eten, drank, vezels, dakbedekking, medicijnen, olie, hout, brandstof en huishoudelijk gereedschap. Algemeen wordt aanvaard dat een cultuur gelaagd is waarbij de buitenste lagen gelieerd zijn aan waarneembare en de kern aan onzichtbare elementen. De vijf lagen van de kokosvrucht geven een cultuur weer, van het uiterlijke naar het innerlijke – van (5) groene bast over (4) vruchtlaag naar het harde (3) kapsel van het kokoszaad met (2) kiemwit en (1) klapperwater.
Het Living Stone cultuurmodel kan men ook interpreteren als een uitnodiging tot meditatie en reflectie over wat men observeert. De ovaalvorm heeft als doel de aandacht naar het centrum te trekken en staat voor heelheid (wholeness), alles is met elkaar verbonden. Het is dus geen hiërarchisch model van opeenvolgende lagen, maar een educatief instrument om cultuurelementen te herkennen en te plaatsen zonder te willen over-analyseren of conclusies trekken. Er is zoveel dat wij niet weten.
Cultuur, een harde noot om te kraken

Laag 5: Uiterlijkheden of fysieke manifestaties van een cultuur
Etniciteit en fysieke verschijning, symbolen, rituelen, taal, omgangsvormen en beleefdheidsconventies; gebruiken van eten en drinken; maar ook helden en advertenties, de inrichting van kantoren en huizen, lay-out en logo’s ... kunnen wijzen op een specifieke cultuur.
Je observeert mensen in hun cultuur. Je merkt dingen op die hun omgeving tekenen en die wij van onszelf niet zien: reclame, straatcultuur, modetrends. 'Mindful' observeren gaat om een bepaalde kwaliteit van aandacht die gericht is op het huidige moment zonder meteen een betekenis toe te kennen aan de opgevangen uitspraken en signalen.
Laag 4: Organisatievormen
Door het stellen van vragen stoten we gemakkelijk door tot de systemen en instellingen. Nieuwsgierg zijn is een fundamentele menselijke trek en de brandstof voor het leerproces.
In de deze laag situeren we hoe een samenleving zich organiseert. Relaties worden geformaliseerd en krijgen vorm op basis van afspraken:
o individu: familie, huwelijk, erfrecht, vrije tijd, klassen en kastes
o werk, instellingen: organogram, loopbaan, verloning,
o maatschappij: politiek en staatkundig, onderwijs, gezondheidszorg, wetenschap en technologie
Laag 3 is symbolisch: +++++ de poortwachters van een cultuur++++++
Het meest betekenisvolle deel van een cultuur ligt verborgen onder de oppervlaktelagen, vaak zelfs onder het niveau van bewustzijn. Hoe is de balans tussen open en verborgen eigenschappen binnen de cultuurgroep die telt? In hoeverre zijn de mensen open en gaan ze in gesprek als je ze beter kent, of houden ze de boot af?
Laag 2: Normen en waarden
Normen en waarden kaderen het leven binnen een groep en bepalen de manier waarop haar leden de buitenwereld tegemoet treden. Zij bepalen hoe mensen zich gedragen wat ze zeggen of niet zeggen, doen of niet doen. Het challengen van deze fundamenten verklaart vele conflicten.
o Normen bepalen wat goed of slecht is en worden vaak opgelegd via sociale controle. Het zijn afspraken rond het omgaan met emoties, geweld, ouderen, vrouwen. Normen behoren vaak tot het domein van de 'ongeschreven regels'. Deze zijn moeilijk te achterhalen want meestal impliciet gekend binnen een groep. Ook taboes behoren tot deze laag: welke onderwerpen mag je niet aansnijden? Het wordt nog moeilijker als men te maken heeft met generatieverschillen omdat hier een sterke evolutie gaande is. Bijvoorbeeld was het ook bij ons tot voor kort ‘not done’ over geld of seksualiteit te praten.
o Waarden worden individueler bepaald. Waarden beïnvloeden in hoge mate wat mensen doen of weigeren te doen, wanneer, hoe, met wie en voor welk doel. Overtuigingen behoren tot deze laag: voor veel mensen is hun geloofsovertuiging 'heilig'.
Laag 1: Universele waardenoriëntaties
De kern is de minst tastbare, maar evengoed de meest onaantastbare laag. Deze laag bevat universele waardenorientaties die vaak onbewust in een groep mensen aanwezig zijn. Omdat zij vanzelfsprekend lijken, kunnen in bepaalde situaties emotionele reacties ontstaan wanneer men geconfronteerd wordt met andere uitgangspunten, bijv. rond tijd (elastisch of punctueel), omgang met natuur (controlerend of ondergaan), relaties met anderen (‘ik’ of ‘wij’focus).
Bestaat er een handleiding voor het omgaan met Chinezen, Indiërs, ... ?
Het is gevaarlijk te generaliseren over nationale culturen (dit leidt tot vooroordelen, stereotyperen …), maar het is nog gevaarlijker dit niet te doen. Als we inzicht willen verwerven in de cultuur van een land moeten we proberen de open en verborgen uitgangspunten vast te stellen en ze tot onderdeel maken van onze pogingen om de betrokken samenleving te begrijpen.
Er zijn evenwel geen absolute regels voor het handelen met specifieke landen die onder alle omstandigheden op volle kracht van toepassing zijn. Iedere situatie vraagt een eigen dosering. Om die te kunnen bereiken moet men in staat zijn iedere situatie in haar geheel te beoordelen, voordurend, met de gevolgen die daarvoor voor het eigen handelen kunnen voortvloeien.
De gouden regel van Confucius luidt: " Wat u voor uzelf niet wenst, wens dat een ander niet" (Gesprekken XV:23). Wij zoeken tijdens een interculturele verkenning naar de platinaregel: ‘Hou er rekening mee dat de ander andere verwachtingen, veronderstellingen kan hebben dan jij, en probeer te achterhalen wat die kunnen zijn’ (Milton Bennett).