Cultuur
Cultuur is een schepping van de mens die hij met anderen deelt of aan anderen oplegt, die haar beslag krijgt in conventies en aan een volgende generatie wordt doorgegeven. Cultuur verschaft de mensen een kader waarin zij hun identiteit putten en dat bepaalt hoe zij de buitenwereld zien.
“Cultuur is een samenraapsel van houdingen, overtuigingen, normen en gedragingen, veronderstellingen en waarden die gedeeld worden door een groep mensen, en die hun gedrag en hun interpretatie van de ‘betekenis’ van het gedrag van anderen beïnvloeden” (Spencer-Oatey).
Er bestaan familiale, landen en wereldculturen met alle gradaties daar tussenin zoals bedrijfs-, verenigings- en organisatieculturen; etnische, sociale en subculturen binnen de landengrenzen. Niettegenstaande ‘algemene eigenschappen‘ van een cultuur via onderzoek vastgelegd kunnen worden, zijn deze niet noodzakelijk terug te vinden in het gedrag van elk lid van die cultuur. Cultuuranalyses geven algemene tendensen weer, niet het individuele patroon.
Living Stone Kokosnootmodel
Algemeen wordt aanvaard dat een cultuur gelaagd is waarbij de buitenste lagen gelieerd zijn aan waarneembare en de kern aan onzichtbare elementen. Het Living Stone Kokosnootmodel is een educatief instrument geleend van moeder natuur.
Het exotisme en de duurzame eigenschappen van een kokosnoot maken hem tot de beste kandidaat voor ons leermodel. De kokospalm levert eten, drank, vezels, dakbedekking, medicijnen, olie, hout, brandstof en huishoudelijk gereedschap.
De vijf lagen van het kokosnootmodel geven een cultuur weer, van het uiterlijke naar het innerlijke. Het is geen hiërarchisch model van opeenvolgende lagen, maar een middel om cultuurelementen te plaatsen. De cirkelvormige tekening heeft als doel de aandacht naar het centrum te trekken. Want de kokosnoot staat ook voor heelheid (wholeness), alles is met elkaar verbonden.

- Laag 5: Uiterlijkheden of visuele realiteit van een cultuur, de groene schil van de kokosnoot. Verschillen en gelijkenissen manifesteren zich in de eerste oogopslag:
- uiterlijke kenmerken (etniciteit, fysiek, …..)
- gebruiken (eten en drinken, ..)
- uitdrukkingsvormen (taal, kleuren, symbolen,verhalen, helden)
- gedrag (sociale omgang)
- rituelen (geboorte, huwelijk, dood…).
- Laag 4: Organisatievormen, de vezelige laag van de bolster.
Door de schil stoten wij vrij makkelijk door tot de laag van systemen en instituties. In de deze laag situeren we hoe een samenleving zich organiseert. Relaties worden geformaliseerd en krijgen vorm op basis van afspraken:- persoonlijk: familie, huwelijk, erfrecht, ..)
- binnen organisaties (organogram, selectieprocedures,..)
- maatschappelijk (klassen en kastesystemen, organisatie van onderwijs, gezondheidszorg, politiek, staat..)
- Laag 3: Symbolische scheiding tussen zichtbaar en onzichtbaar, de harde bruine kokosnoot.
De kokosnoot zoals wij kennen is eigenlijk het zaad van de kokosvrucht. Men beweert dat de kokosnoot het grootste zaad ter wereld is. Het zaadkapsel symboliseert de scheiding tussen ‘het waarneembaree‘ en ‘het verborgene’ van culturen. Een harde noot om te kraken.
- Laag 2: Normen en waarden, het kiemwit.
In deze laag stoot men op de fundamenten van een cultuur. Zij zijn niet zichtbaar maar bepalen wel hoe mensen zich gedragen. Zij maken onze ideeën over goed en kwaad, en het challengen van deze fundamenten verklaart vele conflicten.- Normen zijn vaak extern bepaald en worden opgelegd via sociale controle. Het zijn afspraken en conventies rond het omgaan met emoties, geweld, ouderen .. Wat geldt als correct en niet-correct, beleefd en onbeleefd. Normen behoren vaak tot het domein van de 'ongeschreven regels'. Deze zijn moeilijk te achterhalen want meestal impliciet gekend binnen een groep. Ook taboes behoren tot deze laag: welke onderwerpen mag je niet aansnijden? Het wordt nog moeilijker als men te maken heeft met generatieverschillen omdat hier een sterke evolutie gaande is. Bijvoorbeeld was het ook bij ons tot voor kort ‘not done’ over geld of seksualiteit te praten.
- Waarden worden individueler bepaald. Waarden beïnvloeden in hoge mate wat mensen doen of weigeren te doen, wanneer, hoe, met wie en voor welk doel. Overtuigingen en 'beliefs' behoren tot deze laag: voor veel mensen is hun geloofsovertuiging 'heilig'.
- Laag 1: Universele patronen, het klapperwater of de vloeibare kern van de kokosnoot.
De binnenste laag is de minst tastbare, maar evengoed de meest onaantastbare laag. Deze laag bevat universele waarden die we in elke cultuur terugvinden en die de omgang met de andere, tijd en natuur regelen. Culturele waardepatronen worden vanaf de geboorte overgedragen en gedeeld binnen een groep. Vaak worden zij gesitueerd vanuit twee polen: meer groepsgevoel of meer individualisme, meer gelijkheid of meer hiërarchie, meer of minder risicomijdend ... Ook eergevoel, een 'gezicht geven' horen tot deze ingelepelde patronen. Deze oriëntaties zijn vaak onbewust in een groep mensen aanwezig en lijken vanzelfsprekend. Er ontstaan in bepaalde situaties vaak emotionele reacties door confrontatie met andere uitgangspunten of veronderstellingen. Men voelt aan dat verwachtingen zoals men ze gewoon zijn, niet gelden in een andere cultuur.